Januari 2001 werd de linkse Duitse filmer Manfred Schlickenrieder na twintig
jaar ontmaskerd als spion van inlichtingendiensten. Ook in Nederland was hij
actief, bijvoorbeeld om acties tegen Shell in de gaten te houden. Dat onderzoek
werd betaald door de Londense firma Hackluyt, een consortium van voormalige
agenten van MI6.
Een rare snijboon, dacht lrene Bloemink toen ze in mei 1996 Manfred Schlickenrieder
op bezoek kreeg. Zij werkte toen bij de buitenland-afdeling van Milieudefensie
en had goede kontakten in Nigeria. Hij wilde van alles weten over de lopende
akties tegen Shell, vanwege milieuvervuiling en mensenrechtenkwesties. 'Veel
heb ik hem niet verteld', zegt Irene Bloemink nu. 'Ik kreeg zoveel journalisten
over de vloer die hun informatie via mij kregen, ook Duitse en Engelse. Schlickenrieder
vroeg niet echt door, dus kreeg hij niet veel te horen.'
Schlickenrieder reisde door Europa, filmde protestakties en maakte aantekeningen
bij vergaderingen. Hij interviewde vrienden van Ken Saro-Wiwa, de vermoorde
Nigeriaanse anti-Shell-activist, en kopstukken van de beweging. Het resultaat,
de video "Business as Usual, de arrogantie van de macht", blijkt achteraf
slechts een bijprodukt. Alles wat Schlickenrieder te weten kwam, werkte hij
tot in detail uit voor het business intelligence-bureau Hackluyt
in London. Die stuurden de vertrouwelijke dossiers vol informatie door naar
hun opdrachtgevers: multinationale ondernemingen.
Ontmaskerd
De Zwitserse aktiegroep Aufbau publiceerde onlangs een grote hoeveelheid buitgemaakte
documenten op Internet die Slickenrieder ontmaskeren als volleerd spion. Hij
blijkt al sinds het begin van de jaren tachtig alles wat zich links en revolutionair
noemde te bespioneren, in coordinatie met inlichtingendiensten uit Duitsland
en Italie. Schlickenrieder werkte lang nauw samen met Aufbau, maar werd de laatste
tijd niet meer vertrouwd. Intensieve naspeuringen toonden aan dat zijn video-
en documentatiecentrum, Gruppe 2 genaamd, fungeerde als front voor een inlichtingennetwerk.
Onder de schuilnaam Camus schreef Schlickenrieder verslagen en analyses,
en legde namenlijsten en fotobestanden aan. Alleen al het materiaal dat de Zwitsers
wisten te verzamelen omvat gegevens over honderden linkse mensen, met opmerkingen
over hun contacten en hun activiteiten, deels ondersteund met fotomateriaal.
Er zitten echter ook documenten tussen die duidelijk van ambtelijke diensten
afkomstig zijn. Een overzichtsrapport van de Italiaanse geheime dienst SISDE
bijvoorbeeld over de Rode Brigade. Lijsten van de post- en bezoekscontrole van
enkele RAF-gevangenen uit de jaren negentig nog, en een samenvatting van telefoon-
en observatieverslagen over vermeende leden van het Franse Action Direct, gemaakt
door de Bundes Verfassungsschutz.
Gruppe 2 ging voor zeer betrouwbaar door, zegt Pieter Bakker Schut
-destijds advocaat voor gevangenen van de RAF. Familie en bekenden van politieke
gevangenen waren dan ook gaarne bereid zich te laten interviewen voor de film
Was aber wären wir für Menschen?, een project van Schlickenrieder.
Bakker Schut vindt het verbijsterend dat Schlickenrieder nu is ontmaskerd
als geheim agent.
De Zwitserse ontmaskeraars van Schlickenrieder houden momenteel informatiebijeenkomsten
in Zwitserland en Duitsland -en binnenkort ook in Amsterdam- om hun onthulling
toe te lichten. Op een avond in Heidelberg vertelt Aufbaus Andi Stauffacher
hoe zijn organisatie een paar maanden geleden stukken toegespeeld kreeg, waaruit
bleek dat hun kameraad in München een dubbelrol speelde. Stauffacher: Wij
hadden al zo onze bedenkingen, omdat hij altijd afstand hield. Na die eerste
documenten hebben we een onderzoeksgroepje opgericht om zoveel mogelijk informatie
over zijn spionage-aktiviteiten te verzamelen. Schlickenrieder werd bij
zijn bezoeken aan Zwitserland in de gaten gehouden, en de bewijzen stapelden
zich op.
Hoe Aufbau in het bezit kwam van de grote hoeveelheid materiaal, laat Stauffacher
in het midden; duidelijk is wel dat niet eerder een ontmaskering werd onderbouwd
met zoveel bewijs op papier.
Als volgende stap in het onderzoek wilde Aufbau Schlickenrieder bij een bezoek
aan Zwitserland confronteren met de uitkomsten van hun onderzoek. Dat had mogelijk
de arrestatie van Schlickenrieder tot gevolg gehad, want in Zwitserland is het
werk van buitenlandse inlichtingendiensten ten strengste verboden. (Twee Mossad
agenten die zich maanden geleden bij hun werk lieten betrappen, zitten nu nog
steeds vast). Schlickenrieder meldde zich dan ook niet meer in Zwitserland.
Spion
Met zijn leren jas en schouderlange haren oogde de 54-jarige Schlickengrieder
als een residu van het activisme van de jaren zestig. Begin jaren tachtig richtte
hij in München Gruppe 2 op als archief voor de linkse beweging.
Italië was vanaf het begin zwaartepunt. Gruppe 2 verkocht o.a. cassettes
met liederen uit de Italiaanse arbeidersbeweging. Later gaf het bedrijf ook
een tijdschrift uit, texte genaamd, dat bijvoorbeeld dokumenten
van de Amerikaanse gevangenenbeweging vertaalde, of discussies van de Rode Brigades
publiceerde.
Zonder zelf politiek aktief te zijn kon Schlickenrieder zich vrij bewegen in
anti-imperialistische en communistische kringen in West Europa. Hij maakte een
film over de Rode Brigades en interviewde daarvoor overal in Italie voormalige
gevangenen. Die film kwam nooit af. Voor de Zwitsers produceerde hij een film
over de Engelse havenstakingen. Begin jaren negentig, toen de RAF een voorlopig
einde aan de gewapende strijd had afgekondigd, deed Gruppe 2 mee aan de zg.
Brochuregroep in Berlijn. Onder de titel Bewaffneter Kampf
und Triple Oppression werd een congres gehouden en aansluitend gedocumenteerd.
Daarna volgde de film over de RAF.
Al deze bezigheden werden door Schlickenrieder zelf nauwkeurig in notulen en
verslagen uitgewerkt. Bij hem thuis ontdekten de Zwitsers ook een vrij volledig
elektronisch foto-archief over mensen die aktief zijn bij Aufbau. Uit allerlei
opnames die hij in Zwitserland had gemaakt, waren digitale portretten vervaardigd.
In het bestand zat van iedereen twee fotos (vooraanzicht, zijaanzicht)
plus personalia, aangevuld bijzondere kenmerken en gegevens over aktiteiten
voor de groep en contacten in het buitenland.
Uit de manier waarop alles was gearchiveerd, is op te maken dat het hier slechts
een klein deel van het totale archief betreft. Het ligt voor de hand dat filmmateriaal
over bijeenkomsten van voormalige RAF-gevangenen op vergelijkbare manier werd
uitgebeend.
Schlickenrieder kon bijna twintig jaar functioneren zonder dat iemand hem verdacht.
Hij was een einzelgänger, en gold als intelligente gesprekspartner. Hij
hoorde niemand direct uit, maar verkreeg zijn inlichtingen door het combineren
van brokstukjes informatie die hem ter ore kwamen. Desondanks had hij weinig
scrupules bij het verzamelen van informatie als het zo uitkwam. In een rapport
uit 1994 schrijft Schlickenrieder hoe hij iemand wapens probeert aan te bieden.
Hij kon een beperkt aantal vuistwapens leveren, voor 1200 DM per stuk. De
leveranciers stonden er wel op te weten waar de wapens heen zouden gaan (politiek/persoonlijk).
Degene die de wapens aangeboden krijgt is een kaderlid van Dev Sol (nu DHKP-C),
de Turkse radikale splinterbeweging die op dat moment verwikkeld was in een
zeer heftige interne machtstrijd waarbij gewonden en doden vielen, met name
in Duitsland.
Voor wie?
De grote vraag is wie de opdrachtgevers zijn geweest voor deze activiteiten.
Daarover zijn tot nu toe slechts vermoedens. De gebruikte afkortingen en specifieke
kenmerken van de authenieke documenten moeten nog verder worden onderzocht.
Schlickenrieder had in ieder geval toegang tot geheime stukken van Duitse en
Italiaanse diensten. Verder zijn alle rapporten die met zijn eigen naam, danwel
met zijn schuilnaam Camus zijn ondertekend in het Duits geschreven.
En dat wijst op een Duitse opdrachtgever.
De enige Nederlandse connectie van Schlickenrieder die tot dusver uit het onderzoek
naar voren is gekomen, blijkt niemand minder dan Lex Hester, de man die zelf
tien jaar geleden werd ontmaskerd als een BVD- annex PID- annex CRI-infiltrant
in het Amsterdamse aktiewezen. Hester had onder meer de aandacht op zich gevestigd
door in de anarchistische boekenwinkel Fort van Sjakoo springstof aan te bieden
aan nietsvermoedende medewerkers.
Hester belandde uiteindelijk in de gevangenis, zij het op grond van een veroordeling
wegens drugshandel. Opmerkelijk genoeg maakte Schlickenrieder een pamflet om
zijn Duitse kameraden op de hoogte te stellen van Hesters ontmaskering. Aan
het Fort van Sjakoo schreef hij in een brief dat hij altijd al had geweten dat
er iets niet klopte met zijn Nederlandse collega..
Uit het onderzoek van Aufbau in Zwitserland blijkt dat een van de ondergrondse leden van gruppe 2 en beste vriend van Manfred Schlickenrieder de MAD officier Karsten Banse is. Deze man was verwikkeld in de Maus-affaire en werd daarin ook veroordeeld. Ter herinnering: Werner Mauss leidde in de zeventiger en tachtiger jaren een soort anti-terreur-afdeling die door het bedrijfsleven werd gefinancierd en door diverse Duitse inlichtingendiensten werd aangestuurd. Maus deed het werk deed waar anderen hun vingers niet aan wilden branden. Hij jaagde vier jaar lang op ondergedoken RAF-leden, de arrestatie van Rolf Pohle in 1976 in Athene rekent Mauss tot zijn successen. Zijn naam duikt ook steeds weer op in de affaire van het Celler Loch, de aanslag op een gevangenis waar RAF-leden zaten die op het konto van de Duitse Verfassungsschutz geschreven kan worden. In 1996 werd Mauss door de Duitse regering ingehuurd om de ontvoering van zakenmensen in Colombia op te lossen. Hij eindigde daar in de gevangenis.
Afrekening
Bij al deze zaken ging het om zeer veel geld, wat dientengevolge leidde tot
corruptie bij ambtenaren die met Mauss samenwerkten. In een aantal zaken die
niet meer onder het tapijt te vegen waren, werd vervolging ingesteld. Zo ook
tegen Karsten Banse. Dat de MAD-officier ondanks zijn veroordeling toch nog
zaken deed, bewijst zijn verbinding met Gruppe 2. Karsten Banse was ook degene
die voor Manfred Schlickenrieder het contact legde met Hakluyt in Londen.
Hoe bij Gruppe 2 de films en vertalingen werden gefinancierd was door de jaren
heen een terugkerende vraag in de linkse scene. Vooral omdat Schlickenrieder
een voorkeur had voor dure autos, sportwagens van het type Alpha Romeo
of BMW moesten het zijn. Van de verkoop van brochures of verhuur van videos
kon dat niet betaald worden. (Berekeningen van Aufbau leren dat hij de laatste
tijd 10.000 DM per maand nodig had om van te leven).
Hiervoor is in de buitgemaakte stukken wel een verklaring te vinden. Er zitten
afrekeningen bij uit verschillende jaren, waarop alle onkosten gedeclareerd
worden. Reiskosten, telefoonkosten inclusief die van de GSM, de aanstelling
van een administratieve kracht, en zelfs reparaties aan de auto tot het vervangen
van de banden, worden voor vijfenzeventig procent vergoed. De onkosten zijn
op de afrekeningen minitieus verantwoord, maar degene die de faktuur betalen
moet staat niet vermeld.
Uitzondering daarop is de rekening die Schlickenrieder indient bij Hakluyt.
20.000 Mark op de gebruikelijke wijze over te maken. De som werd
Schlickenrieder in 1997 betaald voor zijn onderzoek naar anti-Shell akties,
mensenrechten- en milieugroepen.
Shell & BP
Greenpeace had in het voorjaar van 1995 op spektakulaire wijze het afzinken
van het Shell booreiland de Brent Spar verhinderd. In november van dat jaar
werd Ken Saro-Wiwa in Nigeria geëxecuteerd. Steeds meer partijen vonden
dat de oliegigant medeverantwoordelijk was voor de dood van Saro Wiwa en acht
andere Nigeriaanse aktivisten. In Duitsland kelderde de omzet van Shell met
80 procent. Andere oliemaatschappijen waren als de dood dat zij het volgende
slachtoffer van een campagne zouden worden.
Zo kreeg Hakluyt opdracht om Greenpeace in de gaten te houden. Hackluyt werd
in 1995 opgericht en pronkt met de namen van voormalige topmensen van Shell
en BP in de raad van toezicht. 'The idea was to do for industry what we had
done for the government', zei oprichter en ex M16-agent Christopher James vorig
jaar tegen de Financial Times. Voor de Greenpeace-klus werd Manfred Schlickenrieder
ingehuurd.
In 1997 stuurde Schlickenrieder meerdere rapportages naar Hackluyt over 'de
stemming bij de groene krijgers'. Onderwerp was de Greenpeace Campagne 'Atlantic
Frontier', met als doel oliegigant BP te dwingen af te zien van nieuwe olieboringen
op de Atlantische oceaan. 'Het was een campagne waar buitengewoon voorvarend
en slim op werd gereageerd door BP', herinnert Greenpeace woordvoerder Stefan
Krug zich. 'Achteraf bezien waren de oliemaatschappijen in die tijd wel erg
snel op de hoogte van de plannen van Greenpeace.'
In mei 1997 weet Hakluyt beslag te leggen op gloednieuw exemplaar van Putting
the Lid on Fossil Fuels, een Greenpeace-rapport dat de opmaat tot de BP-campagne
had moeten worden. 'Ik kan je (nog) geen kopie sturen want ik heb er zelf geen
meer', schrijft directeur Mike Reynolds van Hakluyt per email aan Schlickenrieder.
Hij heeft zijn eigen exemplaar 'nog nat van de drukkerij' onmiddellijk doorgestuurd
naar de opdrachtgever.
Reynolds weet zich Manfred Schlickenrieder in eerste instantie niet te herinneren
als hij verleden maand wordt bnaderd door mensen van Aufbau. Nadat hem enige
documenten zijn toegefaxt zijn eigen email gericht aan 'Lieber Manfred'
en een nota uit 1997 - is zijn geheugen weer enigszins opgefrist.
Schlickenrieder heeft maar korte tijd voor ons gewerkt, een periode in 1996-1997,
zegt Reynolds. Wie de opdrachtgever was, wil hij niet zeggen. Shell was het
zeker niet, en over BP doet hij geen uitspraken. Reynolds wil alleen bevestigen
dat het een bedrijf betrof, dat in controversiële landen investeert
en weten wil wat hen te wachten staat. En dan heeft hij eigenlijk al teveel
gezegd, want de privacy van klanten is heilig bij Hakluyt en bovendien staat
met deze onthulling de reputatie van het bedrijf op het spel. De gedragscode
van Hakluyt omvat een absoluut verbod op illegale praktijken en op dirty tricks,
benadrukte mededirecteur Cristopher James vorig jaar in een van de zeldzame
interviews over het bedrijf in the Financial Times. Het werk van Schlickenrieder
speelde zich wat dat betreft af in een schemergebied.
Meer?
Het onderzoek naar Greenpeace was niet het enige, en zeker niet het laatste
dat Schlickenrieder voor de Engelsen deed. In 1996 begon hij met het in kaart
brengen van verzet tegen Rio Tinto, de grootste grondstoffen en mijnbouwexploitant
van de wereld (geschatte jaaromzet 4 miljard dollar). Dat blijkt uit een brief
die Irene Bloemink van Milieudefensie in 1997 kreeg, een jaar nadat hij haar
had bezocht voor de Shell-zaak. Schlickenrieder bleek onder andere bijzonder
geïnteresseerd in de situatie in Irian Jaya, waar Rio Tinto werd geconfronteerd
met heftig verzet van de lokale bevolking tegen de exploitatie van de Freeport
koper- en goudmijn vanwege milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen. Het
Rio Tinto-project liep zeker door tot in het voorjaar van 1999, getuige de maandelijkse
afrekeningen die Schlickenrieder naar Hakluyt stuurde.
De mensen van Aufbau ontdekten dat Schlickenrieder de afgelopen jaren bovendien
nog verschillende gevallen van economische spionage, belastingvlucht en vijandige
overname onderzocht voor de Britten. De betalingen van Hakluyt aan Schlickenrieder
gingen door tot aan zijn ontmaskering. Het afgelopen jaar werd vanuit London
tot drie keer toe 9000 DM overgemaakt naar München.
Irene Bloemink had in haar tijd bij Milieudefensie wel eens het vermoeden dat
mensen onder valse voorwendselen om informatie kwamen. Ze is blij dat er in
deze zaak duidelijke bewijzen op tafel liggen. 'Het bedrijfsleven organiseert
zich internationaal op allerlei manieren om zich te weren tegen critici. Het
wordt tijd dat de milieubeweging zich realiseert wat voor invloed dat kan hebben
op hun campagnes.'
(Zie ook www.aufbau.org)